wethouder-floor-wibaut-150jaarwibautnl

Wie Was Wibaut

Florentinus Marinus Wibaut (geb. in 1859 in Vlissingen, in 1936 in Amsterdam overleden) begon zijn carrière als succesvol ondernemer in de houthandel, maar zijn hart lag bij de politiek. Toch was het mede zijn zakeninstinct dat hem in Amsterdam tot zo’n markante bestuurder en politicus maakte.

wethouder-floor-wibaut-150jaarwibautnlWibaut staat bekend als wethouder van volkshuisvesting. Daarom wordt wel gedacht dat hij zelf direct verantwoordelijk was voor de bouw van vele Amsterdamse stadswijken. Dit beeld klopt niet helemaal. Hij was vooral een strategisch en daadkrachtig bestuurder. Op basis van een pragmatische visie wist hij keer op keer de randvoorwaarden te scheppen om belangrijke projecten te kunnen laten realiseren. Vanuit die positie zorgde hij er onder meer voor dat er in Amsterdam duizenden volkswoningen konden worden gebouw.

Wibauts betrokkenheid betrof niet alleen de woningbouw. Zo maakte hij zich sterk voor de voedsel-voorziening aan armen na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Dankzij zijn enorme inzet en inzichten verwierf hij een invloedrijke positie in de Amsterdamse gemeentepolitiek, die hem verschillende bijnamen bezorgde, zoals ‘de machtige’ en ‘de onderkoning van Amsterdam’.

Wibaut was sociaal bewogen, maar ook een man van gezag. In politiek opzicht ontwikkelde hij zich al in de tijd van zijn ondernemerschap van vooruitstrevend liberaal tot socialist. Ook noemde hij zich wel ‘marxist’ en ‘democraat’. Dat zegt iets over zijn vrijzinnige, non-conformistische manier van denken. Geen hokje paste hem. Hij had uitgesproken denkbeelden over de positie van gemeenten. Die moesten zo autonoom mogelijk zijn en zich – in relatie tot de ‘landsregering’- primair verantwoordelijk voelen voor het welzijn van hun burgers. Ook internationaal liet hij zich gelden als sociaal-democratisch denker.

Over het huwelijk had hij niet minder duidelijke opvattingen dan over de economie, de gemeentefinanciën of de woningbouw. Samen met zijn vrouw schreef hij in 1932 het boek Wordend huwelijk. Hierin betogen zij dat seks voor het huwelijk belangrijk kan zijn voor partners die elkaar goed willen leren kennen. Voor hun tijd een even vooruitstrevend als omstreden standpunt.

De tentoonstelling die deze zomer in de Zuiderkerk in Amsterdam te zien is, gaat over deze unieke, daadkrachtige en non-conformistische man die gedurende de eerste 35 jaar van de vorige eeuw voor Amsterdam zo’n belangrijke rol heeft gespeeld. Over zijn persoon, over de plaats die hij innam in de politiek, over wat hij tot stand bracht en over de waardering die hij daarvoor kreeg – én nog steeds verdient.

DE ONDERNEMER WIBAUT

‘De werkkring heeft mij grote levenservaring gegeven’

In de houthandel
Vanaf 1877 was Wibaut bijna dertig jaar werkzaam bij houthandel Alberts in Middelburg. Hij begon als krullenjongen, maar werkte zich al snel op tot directeur en voornaamste vennoot. Hoewel over deze periode relatief weinig bekend is, moet zij van groot belang zijn geweest voor de ontwikkeling van de ideeën die Wibaut later als socialist, politicus en wethouder uitdroeg en in de praktijk bracht. Hij leerde naar eigen zeggen over ‘allerlei verhoudingen’ en hij zag de wereld, van Rusland tot Amerika. Hij leerde ook z’n talen, incl. het Russisch wat hem later in internationale socialistische kring nog van pas zou komen. Maar ondanks zijn groeiende inkomen kon dit werk hem nooit echt bevredigen: zijn interesse ging steeds meer uit naar de politiek.

De groei van het bedrijf
In de periode dat Wibaut deel uitmaakte van de directie maakte het bedrijf een geweldige groei door. Zijn handelsgeest speelde daarbij een grote rol. Hij was verantwoordelijk voor de in- en verkoop van het hout, en voor het machinepark. Voortdurend op zoek naar nieuwe houtsoorten en naar nieuwe machines om het hout te verwerken, wist hij telkens te innoveren. Hij keek als verkoper verder dan de regionale grenzen en legde handelscontacten over de hele wereld.

Ondernemer en socialist
Hoe moet de verhouding tussen Wibaut-de-ondernemer en Wibaut-de-socialist worden gezien? Hij was een gewiekst zakenman, die zijn sociale ideeën verwezenlijkte zonder daarbij zijn bedrijf te schaden. Zijn betrokkenheid bij de arbeidersstand kwam niet zozeer tot uiting in loonsverhogingen voor zijn werknemers, maar in de doorvoering – vanaf 1884 – van verschillende sociale voorzieningen. Zo werd een ziekenfonds opgericht dat het bedrijf beheerde, terwijl de werklieden controle op dat beheer uitoefenden. Ook stelde de houthandel een pensioenfonds in voor alle vaste werklieden. De firma Alberts was geen koploper op het gebied van sociaal beleid, maar kan wel symbool staan voor ontwikkelingen die sociale ondernemers zoals Wibaut in die periode doorvoerden.

Wibauts doortastendheid
Toen Rusland de kosten voor het vervoer van houten dwarsliggers voor spoorlijnen verdubbelde, sneed dit in de beurs van houthandel Alberts. De jonge Wibaut pakte het probleem meteen bij de wortel aan. Hij reisde af naar Sint Petersburg en verzocht om audiëntie bij Serge Witte, de toenmalige Russische minister van Spoorwegen, nog geen tien jaar later een van de machtigste mensen van Europa. Met minder nam Wibaut geen genoegen.

Tot grote verbazing van de Nederlandse gezant aldaar werd Wibaut na enkele dagen zonder de gebruikelijke omkoperij door de minister zelf ontvangen. Wibaut hield een kort en kennelijk krachtig betoog, waarna Witte direct gehoor gaf aan het verzoek tot opheffing van deze maatregel, althans voor de lopende contracten in de houthandel. In minder dan een week was de zaak geklaard, en kon Wibaut tevreden naar huis terugkeren.

DE FINANCIER WIBAUT

‘De raming van inkomsten om de uitgaven te dekken moet niet fantastisch zijn. Ook niet opzettelijk optimistisch.’

Draagkracht als drijfveer
Doordat Wibaut vooral wordt geassocieerd met de volkshuisvesting, is zijn expertise en autoriteit op het gebied van de financiën onderbelicht gebleven. Acht jaar lang was hij wethouder van financiën. Het was zijn overtuiging dat de gemeente de taak had om te zorgen dat het arbeidersvolk tegen de laagste kosten en vooral naar draagkracht gebruik kon maken van de vereiste stedelijke voorzieningen. Aan die overtuiging heeft Wibaut tot op hoge leeftijd vastgehouden.

Het financiële beleid van Wibaut
Bij de behandeling van de eerste gemeentebegroting die Wibaut als wethouder van financiën moest verdedigen, zette hij kort en bondig zijn financiële beleid uiteen:

ten eerste, dat de gemeente om één gulden te kunnen uitgeven, er eerst één moet hebben;

ten tweede dat een gemeente om een gulden te hebben die eerst ergens moet nemen;

en ten derde dat de gemeente diezelfde gulden maar één maal kan uitgeven.

Zijn beleid en zijn vasthoudendheid riepen nogal wat weerstand op, niet alleen onder zijn politieke tegenstanders. Het adagium ‘rood is duur’ was niet van de lucht.

De speerpunten
Toch wist Wibaut door zijn manier van opereren de essentiële voorwaarden te scheppen om te bereiken wat hij wilde – of het nu om de volkshuisvesting, om het onderwijs, om nutsvoorzieningen of om het personeelsbeleid van de gemeente ging. Hoeksteen van Wibauts financiële beleid was de autonomie van de gemeente op het gebied van de belastingheffing, opdat die zelf haar uitgaven kon bepalen en dekken. Dit leidde uiteraard tot de nodige discussie met het rijk.

Belangrijke speerpunten van zijn financiële beleid waren enerzijds progressieve belastingen en anderzijds de ‘doelmatigheid van het uitgavenpatroon’. Niet alleen door geld vrij te maken, maar ook door te zorgen voor gemeentelijke garanties, kon Amsterdam onder zijn bewind uitgroeien tot een proeftuin van de verzorgingsstaat.

Bankieren in Londen
Een markant verhaal onderstreept Wibauts creatieve geest op het gebied van de financiën. Toen hij in 1924 als socialistisch wethouder bij het aantrekken van geld werd geblokkeerd door de Amsterdamse banken, wendde Wibaut zich tot een Engelse bank in Londen. Daar wist hij een lening van 2,5 miljoen pond los te krijgen. Op die manier zette hij de Amsterdamse bankiers voor schut en waren die hem nadien veel meer ter wille.
DE SOCIALIST WIBAUT
‘Socialisatie is verandering aanbrengen in de manier waarop de dingen die alle mensen voor hun leven nodig hebben, worden verkregen.’

Inspiratoren
In Middelburg verkeerde Wibaut al snel in progressieve kring. Met een groepje jonge mensen organiseerde hij avonden rond Multatuli. Wibaut werd naar eigen zeggen echter nooit ‘Multatuliaan’, in de zin dat hij al diens ideeën onderschreef. Wel heeft de revolutionaire denker die Multatuli was, hem ‘de stoot gegeven tot zelfstandig denken en tot het vinden van een eigen richting in het leven’. Dit bracht hem in 1883 in contact met de journalist P.L. Tak, en later met F. van der Goes, in 1894 medeoprichter van de SDAP. Beiden waren bepalend voor Wibauts ontwikkeling als socialist. Franc van der Goes vroeg hem in 1891 het voorwoord te schrijven voor de Fabian Essays – met dit voorwoord bekende Wibaut zich voor het eerst openlijk tot het socialisme.

Samen met Tak schreef Wibaut de hoofdartikelen voor de door Tak opgerichte Kroniek. Later nam Wibaut de redactie over van het sociaaldemocratische maandblad De Gemeente waarvan Tak eveneens de geestelijke vader was. Aan zijn omgang met Tak dankte Wibaut met name zijn geloof in de gemeentepolitiek.

Idealen
Geïnspireerd door de Fabian Society zag Wibaut het als zijn politieke opdracht een stelsel te creëren waarin de grond en de productiemiddelen in gemeenschappelijk eigendom waren, zodat zoveel mogelijk mensen baat hadden bij een ‘gemeenschappelijke voortbrenging’ en er sprake zou zijn van een rechtvaardige verdeling. Bovendien wilde hij zoveel mogelijk mensen, ook van zijn eigen stand, tot het socialisme bekeren. Het socialisme moest niet alleen op de arbeider gericht zijn. Opvallend is dat Wibaut zich ‘marxist’ noemde, hoewel hij altijd een volgeling bleef van de relatief gematigde Fabians.

Mecenas
Op het institutionele vlak heeft Wibaut zich als een ware mecenas voor het socialisme ingezet. Zo was hij één van de mensen die ervoor zorgde dat de Algemeene Nederlandsche Diamantbewerkers Bond (ANDB) genoeg geld had om de diamantwerkers te steunen die tijdens de ‘grote uitsluiting’ in 1901/1902 geen inkomen hadden. Dit bleef niet onopgemerkt. Op een keer hoorde hij in de tram twee juweliers praten over een ’miljonair uit Zeeland’: die gaf elke maand zó veel geld aan de Bond dat het een illusie was te denken dat de ANDB het niet vol zou houden. Natuurlijk leverde dit gesprekje Wibaut een genoeglijk moment op.

Daarnaast investeerde Wibaut veel geld – vaak tienduizenden guldens – in socialistische activiteiten en projecten, zoals de Arbeiders Jeugd Centrale (AJC), en bezocht hij regelmatig feesten en bijeenkomsten die door jonge socialisten werden georganiseerd.

DE VOLKSHUISVESTER WIBAUT

‘Het staat er. Knap als ze het afbreken.’

Schepper van randvoorwaarden
De rol van Wibaut in de volkshuisvesting was niet die van een ‘bouwer’ pur sang. Hij zorgde ervoor dat er voldoende politiek draagvlak en financiële armslag was om te kúnnen bouwen. Je zou hem dus de architect van de politieke, maatschappelijke en financiële randvoorwaarden kunnen noemen.

Groei van Amsterdam
Aan het eind van de 19de en het begin van de 20ste eeuw trokken veel mensen naar Amsterdam. De stad bleef groeien en hoewel het algemene welvaartsniveau van de bevolking steeg, bleven de allerarmsten achter. Mensen leefden met zes, zeven, acht kinderen samen in één kamer. Ook woonden relatief veel gezinnen in donkere, vochtige kelders en haveloze krotten.

Langzamerhand drong het tot de overheid door dat het haar taak was om nieuwe en bovenal betaalbare woningen te bouwen voor het arbeidersvolk. Dit inzicht was de verdienste van radicale liberalen en van de SDAP – met later Wibaut als wethouder van volkshuisvesting. De eerste woningbouwcorporaties begonnen vanaf 1905 te bouwen. Toch zorgde het nieuwe woningaanbod bij de arbeiders niet voor de verwachte ‘opschuiving’ van krotten naar betere woningen. Zij konden de huur eenvoudigweg niet betalen en bleven dus in hun oude woningen zitten.

Wibaut drong erop aan dat de gemeente niet alleen financieel garant zou staan voor de financiering van projecten van corporaties, maar dat zij daadwerkelijk zelf woningen zou gaan bouwen én een huurtoeslag zou betalen, waardoor arbeiders écht betere en betaalbare huisvesting kregen. Wibaut werd hiermee de grondlegger van de sociale woningbouw en maakte van Amsterdam ‘het mekka van de volkshuisvesting’.

Het 3500-woningenplan
In 1916 lanceerde wethouder Wibaut het 3500-woningenplan. Dit borduurde voort op het 2000-woningenplan dat in 1911 door een aantal raadsleden van de SDAP was ingediend. Het plan hield in dat de gemeente het financiële tekort op de bouw van deze woningen voor zijn rekening zou nemen. Tot 1922 moesten er, naast de eenmalige bouw van de 3500 woningen, jaarlijks 800 woningen via een dergelijke constructie gebouwd worden. Het project kende een moeizame start omdat het in die tijd ongebruikelijk was dat de gemeentelijke overheid woningen bouwde voor het volk.

Toch werd het plan uitgevoerd en werden er in de perioden dat Wibaut wethouder van volkshuisvesting was, door de gemeente en de woningbouwcorporaties liefst 6500 woningen gebouwd, met name in de Spaarndammerbuurt, de Transvaalbuurt en Betondorp.

Nieuw was bovendien dat deze volkswoningwijken onder gemeentelijke regie planmatig werden ontworpen en gebouwd. Als zodanig werd Amsterdam mede door toedoen van Wibaut de proeftuin van een nieuw vakgebied, de stedenbouwkunde.

DE POLITICUS WIBAUT

‘Van democratie niets dan goed. Maar als tijdsbesparing is ze kennelijk niet bedoeld.’

Gemeenteman
Bij Wibaut groeide al snel de overtuiging dat voor hem in de gemeentepolitiek een rol was weggelegd, en niet in de landspolitiek. Op rijksniveau waren er genoeg capabele SDAP-ers die het socialistische gedachtegoed uitdroegen. Op lokaal niveau nog niet. In Wibauts visie vormde de gemeente bovendien de basis van de democratie.

De gemeente moest de verantwoordelijkheid naar zich toe trekken voor het scheppen van sociale voorzieningen zoals gemeentelijke badhuizen, winkels, watervoorziening, telefoon, gas en licht. In tegenstelling tot het vaak abstracte landsbestuur, moet het veel concretere gemeentelijke bestuur voor Wibaut een overzichtelijk werkterrein zijn geweest waar hij kon doen wat hij het liefst deed: ondernemen in het belang van de bevolking.

Politicus
Wibaut en zijn vrouw werden relatief laat lid van de SDAP. Hij beschreef zijn lidmaatschap als de ‘bevrijding van een obsessie’. Begonnen als vooruitstrevend liberaal, kon hij zijn sociale ideeën binnen de SDAP effectief vormgeven. Wibaut begon zijn politieke carrière in Amsterdam als lid van de gezondheidscommissie. Het was zijn taak om huizen onbewoonbaar te verklaren indien deze niet voldeden aan de eisen van de Woningwet van 1901. Voor die woningbezoeken trok Wibaut een speciaal kostuum aan, dat hij na thuiskomst op zolder hing om te luchten. Door die bezoeken ontdekte hij wat de echte uitdaging was voor de gemeente: meer en betere woonruimte bouwen voor de ‘behoeftigen’. De gezondheidscommissie werd het begin van een lange carrière in de politiek.

In 1907 werd Wibaut in de gemeenteraad gekozen, en in 1914 werd hij de eerste sociaaldemocratische wethouder van Amsterdam. Hij bleef – met een onderbreking in 1921 en 1927/1929 – wethouder tot 1931, d.w.z. van z’n 55ste tot z’n 71ste. Hij beheerde in die periode verschillende portefeuilles: die van volkshuisvesting, levensmiddelen en arbeidszaken; en enige tijd die van financiën, gemeentebedrijven en kunstzaken.

Internationale ambities
Wibauts invloed oversteeg de landsgrenzen. Als voorzitter van de Internationale Stedenbond legde hij contact met vele gemeenten in Europa. Niets was hem daarbij te veel. Toen het jaarlijkse congres van de Stedenbond in Spanje werd gehouden, was Wibaut al 70 jaar. Toch leerde hij Spaans om een redevoering te kunnen houden en de andere afgevaardigden te kunnen begrijpen. Soms ging zijn geloof in de gemeente wel erg ver. Zo dacht hij aan een door gemeenten op touw gezette ‘tijdelijke verplaatsing van arbeiderskrachten, waar die in het ene land nodig zijn en in het andere kunnen worden gemist.’

DE PERSOON WIBAUT

‘Verandering komt zodra mensen het willen’

Jeugd en katholiek geloof
Wibaut had een goede verstandhouding met zijn ouders. Dat blijkt uit de gehoorzaamheid aan de opvatting van zijn vader over zijn toekomst in de handel. En uit de grote waardering voor zijn moeder. Over haar schreef Wibaut: ‘Mijn moeder was een vrouw van grote liefderijkheid.’

Een ingrijpende ervaring was de dood van zijn broer Johan in 1871. Het bracht hem er bijna toe om priester te worden. Tijdens zijn tijd op de handelsschool in Amsterdam waar hij bloot stond aan andere denkbeelden dan op de rooms-katholieke kostschool in Rolduc, werd hem duidelijk dat hij moest breken met het geloof. Het was een moeilijke beslissing omdat zijn ouders innig katholiek waren. Vooral zijn moeder deed hij veel pijn met deze keuze.

Meisjes
Wibaut had, toen hij op zijn 15de naar Amsterdam kwam, naar eigen zeggen nog geen aandacht voor ‘de meisjes’. Zijn vrienden waren daarentegen gefascineerd door de Amsterdamse hoeren en gingen vaak naar de wallen. Hij deed niet mee aan deze ‘ontdekkingstochten’. Wibaut schreef in Levensbouw dat er van een sterke seksuele hartstocht bij hem nog geen sprake was. In een verslag van één van zijn reizen naar Rusland sprak hij een paar jaar later vol verbazing over het feit dat hij zomaar meisjes kreeg aangeboden. Hoewel hij hier niet op inging, leek zijn belangstelling, gezien de gedetailleerde beschrijving, toch wel degelijk gewekt.

Mathilde
Wibaut beschreef zijn huwelijk met Mathilde Berdenis van Berlekom als volgt: ‘Ik zie ons huwelijksleven als een lange, klare zomerdag. Toch wil ik niet zeggen, dat wat men gewoonlijk onder huwelijkse trouw verstaat, altijd ongerept is gebleven. Wij hebben een korte periode gekend, toen nog een ander in ons leven trad. Maar de motieven die daartoe leidden, waren zo zuiver, dat het ons eigen samenleven slechts verdieping heeft gegeven.’ Het was in Amsterdam overigens vrij algemeen bekend dat Wibaut er meerdere relaties met vrouwen op na hield.

Moraal versus praktijk
Wibaut was een man met een sterke moraal. De positie van de vrouw moest bevochten worden, zowel in de maatschappij als in het huwelijk. Zijn vooruitstrevende ideeën over sex voor het huwelijk deelde hij met zijn vrouw; zij pasten geboortebeperking toe. Ook over opvoeding had hij een duidelijke mening. Kinderen moesten opgroeien in een liefdevol gezin en niet op een kostschool waar genegenheid ver te zoeken was.

Toch stonden Wibauts uitgesproken visies soms haaks op zijn handelen, dat niet afweek van de verhoudingen van zijn tijd. Aangezien vader Wibaut vaak en lang op reis was, was de opvoeding van de kinderen geheel in handen van zijn vrouw. Zijn houding en uitstraling in het algemeen zouden wij nu ook ‘ouderwets’ noemen: hoe sociaal hij ook dacht, een arbeider bleef een arbeider, een dienstbode een dienstbode.

Twee typerende citaten van Wibaut Uit: Wordend Huwelijk

‘Een dier nieuwe eischen is de zelfbeschikking der vrouw in het geslachtelijk verkeer. De man heeft niet meer zoals vroeger de parate bevrediging van zijn begeerte als vanzelfsprekend te beschouwen, niet meer als de plicht der gehuwde vrouw. Op onderworpenheid in het geslachtelijk verkeer is niet meer te rekenen. De man zal ontvangen. Doch hij dient ook te geven.’

‘De burgerlijke wereld heeft zich nog altijd den schijn van te zijn een hof van braafheid, waarin de plant van het wettige monogame huwelijk tusschen net geharkte paden bloeit in ongerepte reinheid. Maar ieder die even toekijkt ziet dat in dienzelfden hof het onkruid welig tiert, dat in menig gewas venijn zich verschuilt. Het onkruid van verwrongen moraliteit, het venijn van huichelarij.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>